zoeken op deze site



Bijkomende raadgevingen en richtlijnen

- Je moét 3 keer per dag eten. Geen 2 keer, geen 4 keer, maar 3 keer: ’s morgens, ’s middags en ’s avonds.

- Je moet tijdens het eten op een stoel en aan een tafel zitten.

- Je moet voor een maaltijd minstens een half uur uittrekken.

- Tijdens je maaltijd moet je alle storende elementen weren (gsm, radio, muziek, televisie enz.). ‘Werklunches’ zijn absoluut te vermijden. Je moet van elke maaltijd ten volle en bewust genieten.

- Leg bewust de nadruk op het kauwen.

- Neem de laatste maaltijd van de dag ten laatste 2 uur voor je gaat slapen. Slapen is een recuperatieproces, dat dient om mutaties aan de celkernen die tijdens de dag zijn ontstaan te herstellen, om oxidatieve stress te neutraliseren en om alles te herstellen wat overdag is belast. Voor dat herstelproces is energie nodig. Als je te kort voor het naar bed gaan nog eet, werkt je spijsverteringsstelsel nog terwijl je slaapt en wordt een deel van je energie voor dat verteringsproces gebruikt. Daardoor is je slaap minder herstellend.

- Vermijd ook excessief drinken (zelfs water) 2 uur voor je gaat slapen. Mensen met energieproblemen lijden vaak aan slaapstoornissen, en alle elementen die de slaap kunnen onderbreken (zoals ’s nachts opstaan om te gaan plassen) moeten worden vermeden.

- Als tussendoortje eet je liefst fruit of – nog beter! – vlees: dit heeft een lage GI-waarde en geeft geleidelijk en langdurig energie vrij.

- Enkel fruit – hoe veel ook - is geen volwaardig ontbijt!

- Typevoorbeeld van een ontbijt: rijstwafels of essenenbrood met vlees, vis of eieren; verse soep met balletjes; rauwkost met essenenbrood.

- Eet liefst 2 warme maaltijden per dag. Hierbij kan je dagelijks variëren met vis, vlees, gevogelte en alle soorten groenten.

- Vermijd sauzen: sauzen zijn niet veel meer dan water, vermengd met verbrande dierlijke vetten.

- Alcohol is een toxische molecule en moet daarom worden vermeden, met uitzondering van maximaal 1 glas rode wijn per dag.

- Zorg er steeds voor dat je ziet wat je eet. Dat geldt voor alles, zowel voor groenten, fruit, vlees, vis enz. Eet alles zoveel mogelijk ‘in zijn geheel’ en niet verwerkt. Door voeding te pletten, mixen, pureren of te persen, verhoogt de glycemische waarde ervan. Eet daarom alles zoveel mogelijk in zijn originele vorm: aardappelen in de schil, en niet verwerkt tot een puree. Bladspinazie grof gehakt, maar niet gemixt. Sinaasappelen vers, en niet geperst (door te persen verhoogt de G.I. van 50 naar 80). Eet appelen in hun geheel, en niet als appelmoes (en àls je appelmoes eet, bereid hem dan zelf en koop hem niet kant-en-klaar, want die bevat dan weer extra suikers en mogelijke andere additieven).







© 2013 Homo Energeticus - Ontwikkeling : Sinergio